In dit overzicht staan alle bestaande Contexten en kunnen nieuwe Contexten worden aangemaakt en bestaande worden verwijderd. Contexten zijn een verzameling van permissies voor @COM functies voor in- en uitgaand belverkeer.

Voor informatie over de functies in dit overzicht, ga naar Navigatie
Voor het aanmaken van een nieuwe Context, klik op de ( nieuw ) knop. Voor het wijzigen van een Context, klik op een blauw onderstreept nummer in de kolom Nummer. Voor meer info over aanmaken of wijzigen, klik hier
Overzicht kolom namen:
- Nummer:
Automatische nummering, 2 cijfers. - Context naam:
Omschrijving, vaak naam locatie, permissies en/of functies. Voor flexwerkers moet altijd een aparte Context worden aangemaakt.
Aanmaken / wijzigen Contexten:

- Context naam:
Omschrijving, vaak naam locatie, permissies en/of functies. Voor Flexwerkers moet altijd een aparte Context worden aangemaakt
- Flexwerk context: (Standaard is leeg)
Aanvinken, indien op deze extensie Flexwerken is toegestaan.
- Toegestane verkeersklassen:
Bij SMR 2.x.x systemen zijn er al een aantal voorgeprogrammeerd. Bij SMR 1.3 systemen, moeten deze Verkeersklassen eerst aangemaakt worden, om een Context te kunnen aanmaken. De volgorde van de Verkeersklassen is erg belangrijk, nummers die geblokkeerd moeten worden moeten onderaan.
Door te selecteren in "Niet geselecteerd" en de pijl naar rechts [ >] of [ >>>] kan men de selectie naar "Geselecteerd" verplaatsen. Men kan 1 of meerdere selecties aanklikken met CTRL ingedrukt. Met de [ up ] en [ down ] toetsen kan men de volgorde bepalen.
- Toegestane Services:
- Basisfuncties (Basic Functions - 01):
Onder basisfuncties verstaan we vele verschillende services, zoals:
- *31 - Nummeronderdrukking per gesprek
- *51 - Flexwerker inloggen/uitloggen
- *52 - Flexwerker pincode aanpassen
- *56 - Gesprek parkeren
- #58 - Annuleer terugbellen bij bezet
- *80 - Intercom
- *81 - Paging
- *84 - Extensie bijschakelen
- *85 - Oproepgroepen in- & uitloggen
- *86 - Nummeronderdrukking permanent
- Doorschakelfuncties (Call Forwarding Functions - 02):
Deze omvat de volgende type doorschakelingen:
- *21* - Voor alle oproepen
- *211 - Voor alleen externe oproepen
- *212 - Voor alleen interne oproepen
- *67 - Doorschakelen bij bezet
- *61 - Doorschakelen bij geen antwoord
- *62 - Doorschakelen bij niet bereikbaar
- *24 - Doorschakelen naar voicemail
- *25 - Doorschakelen naar vast doorschakelingnummer (meestal je mobiel)
- Niet storen functies (Do Not Disturb - 03)
Globaal toestaan van de Niet Storen functies ("*34") voor alle gebruikers in een Context. Op Extensie niveau kan deze daarna eventueel individueel weer worden uitgeschakeld, zodat je niet voor één of een paar toestellen gelijk een aparte Context hoeft te maken.
- Voicemail (Voicemail - 04):
Dit maakt het mogelijk voor een gebruiker om te bellen naar het Voicemail systeem. Zonder deze functie werkt Voicemail wel als dit is ingericht voor je toestel, maar is het uitluisteren of inspreken van nieuwe begroetingen NIET meer mogelijk.
- Call Center basisfuncties (Call Center Basic - 05):
Dit maakt het in- & uitloggen ("*401"), alsmede het Pauzeren ("*402") als Call Center Agent mogelijk.
- Call Center uitgebreide functies (Call Center Extended - 06):
Dit maakt het mogelijk, om via een toestel op een ander toestel Call Center basisfuncties uit te voeren. Deze functies worden gebruikt voor Call Center Supervisors en zijn meestal onder voorgeprogrammeerde toetsen weggewerkt i.v.m. de nogal lange Servicecodes.
- Kalenderstand functies (Calendar Mode - 07):
Dit maakt het mogelijk om de Kalender modus via een toestel aan te passen, wat erg handig is voor Receptionistes/Concierges om bijvoorbeeld een hoofdnummer door te schakelen naar een meldtekst "We zijn gesloten".
Er zijn de volgende mogelijkheden:- Schakelen tussen “open” en “dicht” via "*44<kalendernummer>"
- Schakelen tussen “auto” en “dicht” via "*45<kalendernummer>"
- Schakelen tussen “auto” en “lunch” via "*46<kalendernummer>"
- Afluisterfuncties (Silent Monitoring - 08):
Dit maakt het mogelijk om een toestel of richting af te luisteren via een ander toestel. Deze functie maakt het dus overbodig om een afluisterhoorn aan te schaffen. Deze werkt met Servicecode "*920<code>". De "<code>" is het wachtwoord van de Call Monitoring functies.
- DISA-functies (DISA - 09):
DISA (Direct Inward Station Access) is een functie eigenlijk bedoeld om via één doorkiesnummer alle interne nummers ter beschikking te stellen via een tweede kiestoon (na autorisatie van de beller). Deze functie kan hier voor test-doeleinden ook intern kiesbaar worden gemaakt.
- Systeembesturing functies (System control - 10):
Dit zijn hele gevaarlijke functies, die alleen door Expert en Systeem Beheerders uitgevoerd mogen worden.
Het is daarmee mogelijk om via een toestel, de volgende acties uit te voeren:- Centraal code-slot/Uitgaande telefonie blokkering ("*999" - Central System Lock)
- De telefonie-server te “reloaden” ("**991" - Dialplan reload)
- De telefonie-server te herstarten ("**992" - Asterisk restart)
- Het hele systeem te herstarten ("**993" - Server reboot)
- Basisfuncties (Basic Functions - 01):
- Extensies in deze contexten kunnen worden bereikt:
Selecteer hier welke toestellen, van andere Contexten, door deze Context gebeld mogen worden. Het betreft hier intern uitgaand belverkeer. - Extensies in deze contexten kunnen deze context bereiken:
Selecteer hier welke Contexten de toestellen in deze nieuwe Context kunnen bellen. Het betreft hier intern inkomend belverkeer.
LET OP:
Deze laatste 2 instellingen zijn nodig, zodat verschillende Contexten elkaar kunnen bellen. De volgorde van de Contexten in de kolom "Geselecteerd" is hierbij niet belangrijk.


